Eens trachtte ik met R. een kleinkunstduo op te zetten. R. was echter moeilijk tot daadwerkelijk repeteren of maken van nieuw werk te bewegen. Hij dacht alleen maar aan zaken als "promotie" en "onszelf verkopen", en wilde professioneel uitziend materiaal maken als een brochure en een band met demonstratie-opnamen. Want, zo zei hij, "Dan schieten ze niet in de lach als je uiteindelijk de gage noemt."
Een van zijn meesterplannen was in het vouwblad een lijst van mediacitaten over ons op te nemen. Zijn concept daarvan stond vol met zinnen als:
"De Volkskrant: P. en R. spelen de zaal volledig plat!"
In mijn naïviteit merkte ik op dat alle aanhalingen fictief waren, en we immers nog nooit opgetreden hadden met ons programma. Hoe dom van mij! Zuchtend over zoveel onbegrip legde R. uit dat ik er met zo'n mentaliteit nooit zou komen, en dat het geheel niet ter zake deed of de krantenkoppen echt waren. Het ging er slechts om de potentiële opdrachtgever te imponeren!
Toen ik voorzichtig vroeg of we geen problemen zouden krijgen door bestaande namen als "De Volkskrant" te gebruiken, lachte hij gehaaid en tikte tegen de zijkant van zijn neus: "Dacht je echt dat ik zo dom was! Nee P., we kunnen nooit last krijgen, want ik schrijf 'De Volkskrant' met een hoofdletter 'D'! Zelf noemen ze het 'de Volkskrant'! Ik gebruik dus geen geregistreerde merknaam. We spelen het zuiver!"
Ik dankte hem voor deze wijze les en vertrok. Van repeteren of optreden is het niet meer gekomen.
vrijdag 18 juli 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen